ECLI:NL:PHR:2008:BD7583
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en voorwaarden nieuwe voorwaardelijke machtiging bij opname in psychiatrisch ziekenhuis
In deze zaak stond de vraag centraal of een nieuwe voorwaardelijke machtiging kan worden verleend aan een betrokkene die reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft. De rechtbank had een nieuwe voorwaardelijke machtiging toegekend voor zes maanden, ondanks dat betrokkene op dat moment in het ziekenhuis verbleef op grond van een last tot inbewaringstelling.
De Hoge Raad overwoog dat de voorwaardelijke machtiging primair bedoeld is voor patiënten die buiten het ziekenhuis verblijven en dat een dergelijke machtiging niet uitgesloten is wanneer het verblijf in het ziekenhuis vrijwillig wordt voortgezet. De rechtbank mocht ervan uitgaan dat betrokkene het verblijf vrijwillig zou voortzetten, waardoor het verlenen van de machtiging gerechtvaardigd was.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank voldoende rekening had gehouden met de actuele geestelijke toestand van betrokkene, mede op basis van een recente geneeskundige verklaring en toelichting van de behandelend psychiater. De klachten dat de machtiging niet had mogen worden verleend en dat onvoldoende actuele medische informatie was gebruikt, werden verworpen.
Het cassatieberoep van de officier van justitie werd verworpen, waarmee de bestreden beschikking in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de officier van justitie wordt verworpen en de nieuwe voorwaardelijke machtiging blijft van kracht.