ECLI:NL:PHR:2008:BD3940
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst en voorlopig getuigenverhoor bij geschil over SENA-rechten Oude Catalogus
In deze zaak staat centraal of een verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor kan worden afgewezen op grond van een tussen partijen gemaakte afspraak in een vaststellingsovereenkomst. De curatoren van een failliete vennootschap vorderen een voorlopig getuigenverhoor om de totstandkoming van die afspraak te reconstrueren, terwijl de wederpartij zich beroept op misbruik van bevoegdheid en strijd met de goede procesorde.
De voorzieningenrechter en het hof wijzen het verzoek af, stellende dat de afspraak bindend is en dat het verzoek een misbruik van bevoegdheid inhoudt, omdat partijen hadden afgesproken niet verder te procederen over de SENA-rechten van de Oude Catalogus. De curatoren voeren aan dat de afspraak onder dwaling tot stand is gekomen en dat het voorlopig getuigenverhoor noodzakelijk is om hun procespositie in de bodemprocedure te beoordelen.
De Hoge Raad overweegt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft of de afspraak ook inhoudt dat een partij die dwaling stelt, het voorlopig getuigenverhoor niet kan entameren. Ook wordt geoordeeld dat het feit dat een bodemprocedure is gestart niet uitsluit dat een voorlopig getuigenverhoor kan worden bevolen. Berusting in een eerdere uitspraak wordt verworpen omdat geen ondubbelzinnige verklaring of gedraging is vastgesteld.
Het arrest vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak voor verdere beoordeling terug. Hiermee wordt bevestigd dat het recht op een voorlopig getuigenverhoor niet zonder meer kan worden beperkt door afspraken die onder dwaling zijn gesloten, en dat een zorgvuldige toetsing door de rechter noodzakelijk is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug.