ECLI:NL:PHR:2008:BD3699
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen van het voorhanden hebben van onverplichte accijnsgoederen vodka
Verdachte en zijn medeverdachte bestelden en ontvingen drie grote zendingen wodka onder het voorwendsel dat deze naar Spanje werden vervoerd, terwijl zij in werkelijkheid naar Zweden werden gebracht zonder dat de verschuldigde accijns werd voldaan. De transportdocumenten werden vervalst om dit te verhullen.
Het hof oordeelde dat verdachte en zijn medeverdachte bewust en nauw samenwerkten om accijns te ontduiken door de wodka voorhanden te hebben zonder de accijnsheffing te voldoen, in strijd met artikel 5 van Pro de Wet op de accijns. De Hoge Raad bevestigt dat het begrip 'voorhanden hebben' in deze context juist is toegepast.
De Hoge Raad verwierp de cassatiegrieven van verdachte die onder meer stelden dat onvoldoende bewijs was voor het voorhanden hebben en de nauwe samenwerking. Het hof mocht op basis van de feiten en omstandigheden concluderen dat verdachte medepleger was. De veroordeling tot 14 maanden gevangenisstraf blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van het voorhanden hebben van wodka zonder betaling van accijns.