ECLI:NL:PHR:2008:BD2433
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor gevaar veroorzaken op de weg en rijden zonder rijbewijs
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (gevaar veroorzaken op de weg) en artikel 107, eerste lid, WVW 1994 (rijden zonder rijbewijs). Hij kreeg een geldboete van €250,- en hechtenis van vijf dagen respectievelijk twee weken opgelegd.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze veroordelingen. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is voor zover het gericht is tegen de geldboete van €250,- wegens de wettelijke beperkingen op cassatieberoep bij boetes tot dat bedrag. Voor het overige werd het beroep verworpen.
De Hoge Raad behandelde onder meer de vraag of het hof voldoende gemotiveerd had waarom het gedrag van de verdachte als gevaarlijk op de weg werd aangemerkt. Uit de feiten bleek dat de verdachte zonder rijbewijs in een bestelauto reed in een voetgangersgebied en bij het achteruit insteken tegen een paal botste, waardoor deze op het hoofd van een passerende vrouw viel. Dit werd als een reële mogelijkheid van schade beoordeeld en viel binnen de reikwijdte van artikel 5 WVW Pro 1994.
Verder werd geoordeeld dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend, ondanks het ontbreken van de verdachte bij de zitting. De Hoge Raad bevestigde dat het hof de bewezenverklaringen en bewijsmiddelen voldoende had toegelicht en dat het beroep daarom niet tot cassatie kon leiden.
Het cassatieberoep werd daarmee afgewezen, waarmee de veroordelingen van het hof in stand bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige verworpen, waarmee de veroordeling van het hof wordt bevestigd.