ECLI:NL:PHR:2008:BC5969
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling poging tot mislukte uitlokking en onderbouwing verweer art. 46a Sr
In deze zaak stond de vraag centraal of het pogen om een ander te bewegen een misdrijf te plegen strafbaar is als de ander zich niet laat bewegen, oftewel een mislukte uitlokking onder art. 46a Sr. Verdachte werd door het hof veroordeeld voor het plegen van poging tot zware mishandeling via een tussenpersoon, ondanks dat deze tussenpersoon nooit de intentie had het misdrijf te plegen.
De verdediging voerde aan dat sprake was van een ondeugdelijke poging omdat de uitgelokte persoon immuun was voor de uitlokking, een zogenoemd dakdekkerverweer. De Hoge Raad bevestigde echter dat dit geen vrijbrief is voor vrijspraak: ook mislukte uitlokking is strafbaar, en het feit dat de ander niet vatbaar is, doet niet af aan de bewezenverklaring.
Het hof had niet uitdrukkelijk gemotiveerd waarom het dit verweer verwierp, wat een motiveringsgebrek opleverde, maar dit leidde niet tot cassatie omdat het verweer inhoudelijk ongegrond was. Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht het initiatief bij verdachte legde, ondanks dat de tussenpersoon beweerde zelf het initiatief te hebben genomen.
De strafoplegging werd als passend beoordeeld gezien de ernst van het feit en het feit dat verdachte daadwerkelijk geld betaalde voor de mishandeling. De Hoge Raad verwierp de cassatie en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor poging tot uitlokking van zware mishandeling ondanks immuunheid van de uitgelokte persoon.