ECLI:NL:HR:2000:AA8824
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- G.J.M. Corstens
- A.M.M. Orie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Cassatie over vrijwillige terugtred bij poging tot uitlokking van dubbele moord
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens poging tot uitlokking van dubbele moord. Het hof oordeelde dat de verdachte in de periode oktober tot december 1998 had geprobeerd een getuige te bewegen om een ander te bewegen tot het plegen van moord op twee personen, onder meer door geld te geven en informatie te verschaffen.
De verdediging stelde dat sprake was van vrijwillige terugtred omdat de verdachte het overgedragen geld probeerde terug te krijgen. Het hof verwierp dit verweer omdat het misdrijf volgens het hof was voltooid op het moment van overdracht van het geld, waardoor terugtred niet aan de orde was.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had over het begrip vrijwillige terugtred zoals bedoeld in de artikelen 46a en 46b Sr, omdat het strafbare feit waarop vrijwillige terugtred betrekking heeft niet het misdrijf van uitlokking zelf is, maar het misdrijf waarop de gedragingen gericht zijn. Desondanks leidde deze onjuiste opvatting niet tot cassatie omdat uit het bewijs bleek dat de getuige van meet af aan ongevoelig was voor het plan van de verdachte, zodat vrijwillige terugtred niet aan de orde was.
Het cassatieberoep werd daarom verworpen en de veroordeling van vier jaar gevangenisstraf bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf wegens poging tot uitlokking van dubbele moord.