ECLI:NL:PHR:2008:BC4841
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over totstandkoming en nakoming overeenkomst lichtreclame tussen Benelux Neon en Kubra
Deze zaak betreft een geschil tussen Benelux Neon en Kubra over de totstandkoming en nakoming van een overeenkomst voor levering van lichtreclameletters en schaaldelen. Benelux Neon stelde dat op 13 april 2001 een overeenkomst was gesloten, terwijl Kubra dit betwistte. Het hof oordeelde dat er op die datum nog geen perfecte overeenkomst was vanwege onduidelijkheden, met name over de exacte kleurstelling van het materiaal, die cruciaal was voor de bestelling.
Pas op 1 mei 2001 werd de kleur definitief goedgekeurd door Benelux Neon, waarna de overeenkomst als gesloten kon worden beschouwd. Kubra gaf vervolgens aan niet meer aan de overeenkomst te kunnen voldoen vanwege de korte levertijd, maar het hof achtte dit niet toerekenbaar aan Kubra omdat Benelux Neon zelf onvoldoende duidelijkheid had verschaft.
Benelux Neon stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel, met name tegen de motivering van het hof over het ontbreken van een definitieve overeenkomst op 13 april 2001 en het buiten de rechtsstrijd treden door het hof. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde het oordeel van het hof dat de overeenkomst pas op 1 mei 2001 tot stand kwam en dat Kubra niet tekortgeschoten was in de nakoming.
De Hoge Raad benadrukte dat het ontbreken van exacte specificaties en de noodzaak van goedkeuring van de kleurstelling een redelijke grond vormden voor Kubra om nog niet tot definitieve bestelling over te gaan. Ook werd het bewijs van verzoek tot ondertekening van het stuk van 13 april 2001 door Benelux Neon als voldoende gemotiveerd beoordeeld. De klachten over de motivering en het oordeel van het hof werden afgewezen, waarmee het cassatieberoep faalde.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de overeenkomst pas op 1 mei 2001 tot stand kwam en dat Kubra niet tekortgeschoten is in de nakoming.