ECLI:NL:PHR:2008:BC3838
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over waardering echtelijke woning bij verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen, voormalige echtelieden, waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn gescheiden. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap betrof onder meer de waardering van de aan de vrouw toegedeelde voormalige echtelijke woning. De rechtbank stelde de waarde vast op ƒ 335.000,-, terwijl een deskundigenrapport een hogere waarde van ruim ƒ 417.000,- aanwees.
Het hof oordeelde dat het redelijk en billijk was om uit te gaan van de waarde van ƒ 335.000,-, mede omdat de man dit bedrag als reëel had bestempeld. De man stelde echter steeds dat de woning minimaal ƒ 335.000,- waard was en wilde dat de woning werd verkocht om de werkelijke waarde vast te stellen. De vrouw betwistte dit standpunt en verwees naar een lagere taxatie.
De Hoge Raad stelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de man zich gebonden zou hebben aan een vaste waarde van ƒ 335.000,-, terwijl hij steeds een hogere waarde heeft bepleit en verkoop van de woning wilde. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom de man niet van zijn eerdere stellingen mocht terugkomen. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor nader onderzoek naar de juiste waardering van de woning.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar de juiste waardering van de woning.