ECLI:NL:HR:2001:ZC3697
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en waardering goodwill bij echtscheiding
De vrouw en man, gehuwd in gemeenschap van goederen, zijn in geschil geraakt over de verdeling van de huwelijksgemeenschap bij hun echtscheiding, met name over de waardering van goodwill in de maatschap van de man als medisch specialist.
De vrouw vorderde de helft van de waarde van de goodwill, berekend volgens richtlijnen van de Orde van Medische Specialisten, terwijl de man stelde dat goodwill buiten de verdeling moest blijven. De Rechtbank wees het verzoek van de vrouw af vanwege onzekerheden over de waarde van de goodwill, maar stelde een toezegging vast dat de vrouw in de toekomst een deel zou ontvangen indien de man een vergoeding kreeg.
Het Hof vernietigde het vonnis en bepaalde dat de man de onbepaalde waarde van zijn goodwill behield, terwijl de vrouw een vordering kreeg ter grootte van de helft van een toekomstige vergoeding, opeisbaar na ontvangst door de man.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof niet onjuist handelde door de goodwill niet direct te waarderen vanwege de onzekerheden en dat de rechter bij de verdeling van de gemeenschap naar billijkheid en omstandigheden mag afwijken van de waardepeildatum. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat goodwill niet hoeft te worden gewaardeerd als betrouwbare bepaling niet mogelijk is.