ECLI:NL:PHR:2008:BB9783
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep bij niet-tijdige inschrijving ter rolle en herstelexploot
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van het cassatieberoep centraal. Eiser heeft een cassatiedagvaarding uitgebracht die niet tijdig ter rolle is ingeschreven. Vervolgens bracht hij een tweede dagvaarding uit, na het verstrijken van de beroepstermijn, waarin het eerste exploot werd ingetrokken en geen melding werd gemaakt van herstel van het gebrek. Verweerder stelde dat dit tweede exploot niet als herstelexploot kon gelden en dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Hoge Raad bespreekt de voorwaarden voor een herstelexploot volgens art. 120 Rv Pro. en benadrukt dat het tweede exploot vóór de aangezegde rechtsdag moet worden uitgebracht en het oorspronkelijke exploot in stand moet houden. Het tweede exploot in deze zaak voldeed hier niet aan omdat het het eerste exploot introk en na het verstrijken van de beroepstermijn werd uitgebracht.
De conclusie is dat het tweede exploot niet als herstelexploot kan worden aangemerkt en dat de niet-tijdige inschrijving ter rolle leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De Hoge Raad wijst op het belang van strikte naleving van procesrechtelijke termijnen en formaliteiten, ondanks de dienende functie van het procesrecht.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens niet-tijdige inschrijving ter rolle en het ontbreken van een geldig herstelexploot.