ECLI:NL:PHR:2008:BB3438
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling delegatiebevoegdheid en grondslag 30%-regeling loonbelasting bij extraterritoriale kosten
De zaak betreft de toepassing van de 30%-regeling in de loonbelasting op een compensatievergoeding aan een werknemer die zijn dienstverband beëindigde. De kern van het geschil is of de grondslag voor de belastingvrije vergoeding van extraterritoriale kosten loon uit zowel tegenwoordige als vroegere dienstbetrekking omvat, of alleen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking.
Belanghebbende stelde zich primair op het standpunt dat de oude 35%-regeling van toepassing was, en subsidiair dat de 30%-regeling op het gehele compensatiebedrag van toepassing is. Het Hof verwierp het primaire standpunt en oordeelde dat de 30%-regeling alleen geldt voor loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. De Hoge Raad stelt dat de beperking van de grondslag in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 tot loon uit tegenwoordige dienstbetrekking niet onverbindend is en binnen de delegatiebevoegdheid past.
De Hoge Raad benadrukt dat ontslagvergoedingen die geen rechtstreeks verband houden met extraterritoriale arbeid buiten de 30%-regeling vallen, tenzij zij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking vormen zoals vakantiegeld of bonussen. Tevens wordt geoordeeld dat de wijziging van de regeling tijdig bekend was en dat het beroep op beginselen van behoorlijk bestuur niet slaagt. De zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar de samenstelling van de compensatievergoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de grondslag van de 30%-regeling beperkt is tot loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en verwijst de zaak voor nader onderzoek naar de samenstelling van de compensatievergoeding.