ECLI:NL:HR:2004:AR3514
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- G.J. Zuurmond
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Toepassing en wijziging van de 35%-regeling in loonbelasting na 1 januari 2001
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting over 2001 opgelegd wegens toepassing van de 35%-regeling die was gewijzigd in een 30%-regeling per 1 januari 2001. De Inspecteur had eerder beschikkingen afgegeven waarin buitenlandse werknemers aanspraak maakten op de 35%-regeling voor een periode van tien jaar. Na bezwaar en beroep werd dit door het Hof afgewezen en belanghebbende stelde cassatie in.
De Hoge Raad overwoog dat de 35%-regeling een buitenwettelijke begunstigende regeling was die met ingang van 1 januari 2001 werd vervangen door een wettelijke regeling met een lager percentage. De bestaande beschikkingen werden niet ingetrokken, maar moesten worden beschouwd als beschikkingen op grond van de nieuwe wettelijke regeling met 30% als maximum.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat belanghebbende en de werknemers niet mochten verwachten dat de regeling ongewijzigd zou blijven na de aanzienlijke tariefsverlaging. Ook het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM werd verworpen omdat geen ongeoorloofde inbreuk op eigendom werd gemaakt.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag met toepassing van de 30%-regeling.