(i) De tussen partijen gesloten koopovereenkomst heeft betrekking op een pand met ondergrond en bijbehorend erf aan de[a-straat 1 en 2] te Amsterdam en is neergelegd in een op 12 december 1997 ondertekend koopcontract((2)). Op blz. 1 daarvan is onder meer het volgende bepaald:
"De koopprijs bedraagt voor het verkochte: zevenhonderdvijfentachtigduizend gulden ( ƒ 785.000.-), met dien verstande dat deze koopprijs definitief zal worden vastgesteld aan de hand van en afhankelijk is van het door koper te stichten woningbouwproject, dat volgens de plannen van koper zal omvatten een hoofdbebouwing van 1076 vierkante meter en een uitbouw in de tuin van 130 vierkante meter, waarbij aan de hoofdbebouwing zal worden toegekend een verrekenprijs van zevenhonderd gulden (ƒ 700.-) per vierkante meter bvo [en] aan tuinbebouwing [een] prijs van vierhonderd gulden ( ƒ 400.-) per vierkante meter bvo.
Het bouwvolume per vierkante meter betreft de brutovloeroppervlakte gemeten op een hoogte vanaf 1.50 meter. Een eventueel te stichten onderkeldering, een onbebouwd tuingedeelte en balkons zullen bij de koopprijsvaststelling buiten beschouwing blijven (...) Indien het te realiseren bouwvolume hoger of lager wordt vastgesteld op grond van de aanvraag van de bouwvergunning zal de koopprijs dienovereenkomstig worden vastgesteld met dien verstande dat de koopprijs niet lager zal zijn dan vierhonderdvijftigduizend gulden ( ƒ 450.000.-)."
(ii) Na de totstandkoming van de koopovereenkomst heeft [verweerster] in mei 1998 bij de deelgemeente Oud-West onder overlegging van een bouwplan een bouwaanvraag ingediend. Hiertegen zijn bezwaarschriften ingediend, onder andere door de bewoners van [a-straat 2a]. Met hen is een regeling getroffen over het intrekken van het bezwaarschrift tegen aanpassing van het bouwplan en het treffen van bouwkundige voorzieningen in [a-straat 2a] mede op kosten van [verweerster].
(iii) Tussen [verweerster] en [eiser] is een afspraak gemaakt over een bijdrage van [eiser] in die kosten. Daarop heeft betrekking een brief van 15 maart 1999 van [verweerster] aan de zaakwaarnemer van [eiser], waarin onder meer wordt meegedeeld:
"Hierbij zend ik u het door [betrokkene 1] uitgewerkte aan- en verbouwplan voor de woning aan de [a-straat 2a] van [betrokkene 2] met tekening, omschrijving en begroting die sluit op ± ƒ 124.000.-. Door [betrokkene 2] wordt duidelijk meer gevraagd dan de voorgestelde aanpassing van de bestaande dakkapel, het aanbrengen van een nieuwe dakkapel, schoorsteen en serre, waarvan de kosten door mij geschat werden op ± ƒ 50.000 à ƒ 60.000.-.
Doordat wordt gevraagd o.a. de open haard, vloer en het plafond te vervangen, lopen de kosten aardig op.
Aan de andere kant is het zo dat de aanpassingen aan het ontwerp van de nieuwbouw een aanzienlijke verlaging van de verkoopopbrengst geven:
Het vervallen van een oppervlakte van 3.5x12m2=42m2 over 3 etages geeft een verlies van 126m2. Voor [eiser] betekent dit een lagere opbrengst van 126xƒ 700.- = ƒ 88.200.-
Ik zou het gesprek met [betrokkene 2] in willen gaan met een verdeling van kosten: 1/3 [betrokkene 2] en 2/3 voor mijn rekening, waarbij ik met [eiser] de afspraak wil maken dat de resterende 2/3 wordt gedeeld in de verhouding 50/50.
Aangezien het voor alle partijen een aantrekkelijke optie is om mee verder te gaan wil ik u hierbij verzoeken e.e.a. op korte termijn met [eiser] te bespreken."
De zaakwaarnemer laat bij brief van 18 mei 1999 weten dat [eiser] met de inhoud van de brief van 15 maart 1999 akkoord is.
(iv) Bij brief van 14 juli 1999 heeft [verweerster] aan [eiser] tekeningen toegezonden die zij op 8 juli 1999 in verband met de bouwaanvraag had ingediend, en verder opgave gedaan van de koopsom zoals die - bij achterwege blijven van zwaarwegende bezwaren tegen de bouwvoorstellen - op basis van de koopovereenkomst en de afspraak over de bijdrage van [eiser] in de regeling met de bewoners van [a-straat 2a] zou kunnen worden berekend. Genoemd wordt een koopsom van fl. 604.335 KK, die als volgt wordt gespecificeerd: fl. 785.000 (oorspronkelijke voorlopige koopsom) minus fl. 48.800 (wegens minder bouwvolume van uitbouw tuin), fl 83.300 (wegens minder bouwvolume van hoofdbebouwing) en fl 48.565 (wegens bijdrage in de regeling met bewoners [a-straat 2a]).
(v) Op 30 december 1999 heeft [eiser] het pand aan [verweerster] geleverd. In de leveringsakte is omtrent de koopprijs het volgende bepaald:
"De koopprijs wordt vastgesteld op de wijze als vastgesteld in het koopcontract, naar de tekst waarvan wordt verwezen. Volgens de koper bedraagt op basis hiervan de koopprijs: (...) NLG 604.335.-. Volgens verkoper bedraagt de koopprijs (...) NLG 800.600.-. Derhalve bestaat tussen partijen een geschil over de hoogte van de koopprijs, ondanks de levering door verkoper van het verkochte aan koper."