ECLI:NL:HR:2007:BA7223

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/090HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over berekening van verschuldigde koopprijs in civiele procedure

In deze civiele zaak stond een geschil centraal over de berekening van de verschuldigde koopprijs tussen eiser en verweerster. Eiser had verzocht om betaling van een aanzienlijk bedrag, maar de rechtbank kende een lager bedrag toe. Verweerster stelde hoger beroep in, waarop het hof het vonnis van de rechtbank vernietigde en een nog lager bedrag aan eiser toekende.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen, waarbij werd geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen nadere motivering behoefden.

De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De uitspraak werd gedaan door een kamer onder voorzitterschap van vice-president Beukenhorst en raadsheren Numann, van Oven, Streefkerk en Asser.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

29 juni 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/090HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[eiser] heeft bij exploot van 3 januari 2002 [verweerster] gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en primair gevorderd [verweerster] te veroordelen om aan hem te betalen een bedrag van ƒ 147.700,--, subsidiair ƒ 48.565,-- met rente en kosten.
[verweerster] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 9 juni 2003 [verweerster] veroordeeld aan [eiser] een bedrag te betalen van € 23.202,54 (ƒ 51.131,67), met wettelijke rente.
Tegen dit vonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [eiser] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 15 december 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [verweerster] veroordeel tot betaling aan [eiser] van € 3.281,74, met wettelijke rente. Het meer of anders gevorderde heeft het hof afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en voor [verweerster] door mr. R.L. Bakels, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.081,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 juni 2007.