ECLI:NL:PHR:2007:BA6306
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toelaatbaarheid uitlevering ondanks gewijzigde samenstelling rechtbank
De Rechtbank te Rotterdam verklaarde op 19 februari 2007 de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Noorwegen toelaatbaar. De zaak kende meerdere zittingen met wisselende samenstellingen van de rechtbank, waarbij de behandeling op de tweede zitting werd geschorst om de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn.
De verdediging betoogde in cassatie dat de uitspraak nietig was omdat het onderzoek niet opnieuw was aangevangen bij de gewijzigde samenstelling, noch was ingestemd met voortzetting conform art. 322 lid 3 Sv Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het proces-verbaal van de zitting van 5 februari 2007 niet vermeldde dat het onderzoek opnieuw was aangevangen, maar uit latere zittingen bleek dat dit wel het geval was.
De rechtbank had het onderzoek daadwerkelijk opnieuw aangevangen na identificatie van de opgeëiste persoon en mededeling van het uitleveringsverzoek. Omdat de rechtbank zich bewust was van de gewijzigde samenstelling en niet op grond van eerdere zittingen had beslist, was er geen schending van de rechten van de opgeëiste persoon.
Het cassatiemiddel faalde en de Hoge Raad verwierp het beroep. Er waren geen gronden om ambtshalve te vernietigen. De uitlevering aan Noorwegen blijft daarmee rechtens toelaatbaar.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de uitleveringsuitspraak wordt verworpen en de uitlevering blijft toelaatbaar.