ECLI:NL:PHR:2007:AZ9874
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en terugwerkende kracht bij inning van studieleningsvorderingen
Deze zaak betreft de inning van studieleningsvorderingen door Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) jegens een schuldenaar die een studielening ontving voor een studie Farmacie. SSC vorderde betaling van de hoofdsom, rente en incassokosten, waarbij de schuldenaar stelde dat SSC niet bevoegd was tot inning en dat de vordering verjaard was.
De kern van het geschil betrof de vraag of SSC bevoegd was de vordering te innen, mede gezien het feit dat de formele machtiging tot inning pas in 2005 werd verleend met terugwerkende kracht tot 2001. Het hof oordeelde dat deze machtiging als bekrachtiging werkt, waardoor SSC ook op het moment van stuiting in 2001 bevoegd was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het bezwaar dat inning uitsluitend via dwangschrift mocht plaatsvinden.
Verder werd geoordeeld dat de stuitingshandeling van 2001 rechtsgeldig was, waardoor de verjaring werd onderbroken. Ook de stelling dat SSC alleen studieleningen kon innen die zij zelf verstrekte, werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat SSC ook leningen van het Land kan innen. Het beroep van de schuldenaar werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat SSC bevoegd was tot inning en dat de machtiging met terugwerkende kracht rechtsgeldig was, waardoor de vordering niet verjaard is.