ECLI:NL:HR:2002:AE3758
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid fiduciaire cessie van lidmaatschapsrechten ondanks statutaire beperkingen
In deze zaak stond de vraag centraal of de fiduciaire overdracht (cessie) van lidmaatschapsrechten van een vereniging rechtsgeldig kon plaatsvinden, ondanks statutaire bepalingen die overdracht aan derden beperken. De curator had conservatoir beslag gelegd op het lidmaatschap van [verweerder 2] en betoogde dat de fiduciaire cessie aan MeesPierson ongeldig was omdat deze niet met toestemming van de vereniging was geschied en niet via notariële akte.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de overdracht van het lidmaatschapsrecht als zodanig niet had plaatsgevonden, maar slechts de vorderingen uit hoofde van dat lidmaatschap als zekerheid waren overgedragen. Het hof stelde dat de statuten weliswaar overdracht aan derden beperken, maar niet het bezwaren van het lidmaatschapsrecht met beperkte rechten of zekerheden. De overdracht via een onderhandse akte was daarom rechtsgeldig.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de curator. De uitleg van de statuten door het hof was niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. De curator werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd de fiduciaire cessie als rechtsgeldig erkend, ondanks de statutaire beperkingen op overdracht van lidmaatschapsrechten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de geldigheid van de fiduciaire cessie van lidmaatschapsrechten.