ECLI:NL:PHR:2007:AZ8364
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest bijstandsfraude wegens onvoldoende bewijs opzet voordeel trekken
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld wegens het opzettelijk voordeel trekken uit bijstandsfraude gepleegd door zijn partner met wie hij een gezamenlijke huishouding voerde. De bewezenverklaring stelde dat verdachte wist dat de gezamenlijke huishouding geheel of gedeeltelijk werd bekostigd met door misdrijf verkregen geld.
Het hof baseerde zijn oordeel op diverse proces-verbalen en verklaringen waaruit bleek dat verdachte en zijn partner samenwoonden en dat er onjuiste gegevens waren verstrekt aan Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte wist dat het gezamenlijke huishouden geheel of gedeeltelijk werd bekostigd met de frauduleus verkregen uitkering. De enkele samenwoning en het feit dat verdachte zelf een bijstandsuitkering ontving, zijn onvoldoende voor het bewijs van die wetenschap.
Daarnaast is het hof tekortgeschoten in de motivering van de bewezenverklaring, waardoor deze niet voldoet aan de wettelijke eisen. Ook is de inzendtermijn voor cassatieoverschreden, wat strafvermindering rechtvaardigt. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling en beslissing, met inachtneming van de strafvermindering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling.