ECLI:NL:PHR:2007:AZ8167
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt stilzwijgende toestemming voor dakterras ondanks privacybezwaar
Deze zaak betreft een burengeschil over het uitzicht vanaf een dakterras in een woningbouwproject te Amsterdam. Eiser vorderde op grond van artikel 5:50 lid 1 BW Pro dat de buren een afscheiding op hun dakterras zouden aanbrengen om inkijk in zijn woning te voorkomen, en daarnaast betaling van gemaakte kosten. De rechtbank wees de vordering af, en het gerechtshof bekrachtigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat eiser stilzwijgend toestemming had gegeven voor het dakterras zoals gerealiseerd, inclusief de beperkte mogelijkheid van zicht op zijn woning.
Eiser stelde in hoger beroep dat het zicht op zijn woning een onrechtmatige daad opleverde vanwege inbreuk op zijn privacy, en dat de buren medewerking moesten verlenen aan het plaatsen van een scherm. De Hoge Raad overwoog dat de toestemming voor het dakterras ook de beperkte inkijk omvatte, en dat het zicht niet zo ernstig was dat sprake was van onrechtmatig handelen. Het hof had bovendien een belangenafweging gemaakt, waarbij het normale gebruik van het dakterras werd meegewogen.
De Hoge Raad verwierp de klachten van eiser, waaronder dat het hof onrechtmatig feiten had aangevuld of dat eiser recht had op aanvullende voorzieningen. Ook de vordering tot een recht van aanhechting voor een scherm werd afgewezen, omdat dit in de context van de gemaakte afspraken niet was bedoeld als onbeperkt recht. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; stilzwijgende toestemming voor het dakterras geldt en er is geen onrechtmatige inbreuk op privacy.