ECLI:NL:PHR:2007:AZ5446
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgevolg naturalisatiebesluit met onjuiste persoonsgegevens vóór 2003
In deze zaak verzocht de eiser op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) om vaststelling van zijn Nederlanderschap, verkregen door een naturalisatiebesluit van 14 november 1997. Dit besluit was gebaseerd op onjuiste persoonsgegevens die eiser bij zijn aanvraag had opgegeven. De rechtbank wees het verzoek af omdat niet was gebleken van bijzondere omstandigheden die de identificatie van eiser op basis van de onjuiste gegevens konden waarborgen.
De Hoge Raad bevestigde dat een naturalisatiebesluit dat berust op valse of fictieve persoonsgegevens geen rechtsgevolg heeft, behoudens bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden betreffen uitsluitend de vraag of de betrokkene ondanks de onjuiste persoonsgegevens voldoende is geïdentificeerd, zodat het onderzoek en de beoordeling van de naturalisatieaanvraag niet zijn belemmerd.
De Hoge Raad verwierp het betoog dat het begrip bijzondere omstandigheden ruimer moet worden opgevat, bijvoorbeeld door rekening te houden met de mate van verwijtbaarheid of de gevolgen voor derden. Omdat eiser niet had aangetoond dat hij door de onjuiste persoonsgegevens voldoende was geïdentificeerd, werd het cassatieberoep verworpen en bleef het vonnis van de rechtbank in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen omdat het naturalisatiebesluit met onjuiste persoonsgegevens geen rechtsgevolg heeft.