ECLI:NL:PHR:2007:AZ3889
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid appèldagvaarding wegens onjuiste adresbetekening ondanks GBA-melding 'vertrokken naar Land onbekend'
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld door het hof wegens overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte had in de appelakte een adres opgegeven, maar de GBA vermeldde later dat hij was 'vertrokken naar Land onbekend'. De vraag was of de dagvaarding rechtsgeldig betekend was, aangezien de appèldagvaarding niet op het opgegeven adres was uitgereikt.
De Hoge Raad oordeelt dat de vermelding 'vertrokken naar Land onbekend' in de GBA niet automatisch betekent dat het opgegeven adres achterhaald is of dat verdachte naar het buitenland is vertrokken. Deze aanduiding volgt uit een ambtshalve procedure na onderzoek waarbij geen verblijfplaats kon worden vastgesteld, maar sluit niet uit dat het opgegeven adres nog juist is.
Omdat de dagvaarding niet op het bij de appelakte opgegeven adres is betekend en de GBA-melding dit niet rechtvaardigt, is de betekening onrechtmatig en dient de dagvaarding nietig te worden verklaard. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig. Het gebrek is niet meer te herstellen, zodat de zaak niet verder kan worden behandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de appèldagvaarding in hoger beroep nietig wegens onjuiste betekening ondanks GBA-melding 'vertrokken naar Land onbekend'.