ECLI:NL:PHR:2007:AZ3324
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest vrijspraak medeplichtigheid aan gijzeling wegens onjuiste rechtsopvatting over opzet en verwijtbaarheid
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplichtigheid aan de gijzeling en de wederrechtelijke vrijheidsberoving van een slachtoffer in augustus 2003. Verdachte had de ontvoerder een plek gewezen waar het slachtoffer kon plassen en de weg naar Duitsland gewezen, terwijl hij wist dat het slachtoffer in de auto van de ontvoerder zat. Het hof sprak verdachte vrij van medeplichtigheid omdat het niet wettig en overtuigend bewezen achtte dat verdachte opzet had gericht op het voortduren van de vrijheidsberoving.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door te veronderstellen dat opzet op het voortduren van de vrijheidsberoving vereist is, terwijl willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans (voorwaardelijk opzet) voldoende is. Verdachte heeft volgens de Hoge Raad de aanmerkelijke kans aanvaard dat door het wijzen van de weg de vrijheidsberoving zou voortduren.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad verdachte voor culpoze vrijheidsberoving wegens aanmerkelijk verwijtbaar nalaten de politie te informeren, waardoor de vrijheidsberoving langer heeft geduurd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor hernieuwde berechting op basis van de juiste rechtsopvattingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.