ECLI:NL:PHR:2007:AZ0617
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie na scheiding met gefaseerde afbouw en motiveringseisen
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de beëindiging van partneralimentatie op grond van art. II lid 2 van de Wet limitering alimentatie na scheiding (WLA). De man verzocht de alimentatieverplichting te beëindigen of gefaseerd af te bouwen, terwijl de vrouw verlenging van de alimentatie vorderde vanwege haar financiële situatie.
De rechtbank wees het verzoek van de man af en verlengde de alimentatieverplichting met 12 jaar. Het hof vernietigde dit en bepaalde dat de alimentatie vanaf 30 augustus 2006 gefaseerd over twee perioden wordt afgebouwd en eindigt op 30 augustus 2012, met uitsluiting van verlenging.
De vrouw kwam in cassatie tegen deze beslissing, stellende dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de financiële omstandigheden van de man en de motivering ontoereikend was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof wel degelijk alle omstandigheden, inclusief die van de man, heeft meegewogen en dat de motivering aan hoge eisen voldoet.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de gefaseerde afbouw en uiteindelijke beëindiging van de alimentatieverplichting in overeenstemming is met redelijkheid en billijkheid en de wettelijke motiveringseisen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de gefaseerde afbouw en beëindiging van de alimentatieverplichting per 30 augustus 2012.