ECLI:NL:HR:2007:AZ0617
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en gefaseerde verlaging van partneralimentatie in strijd met redelijkheid en billijkheid
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de beëindiging van partneralimentatie op grond van artikel II lid 2 van de Wet limitering alimentatie na scheiding. De man verzocht om beëindiging dan wel gefaseerde verlaging van de alimentatie, terwijl de vrouw verlenging vorderde. Het hof had een gefaseerde afbouwregeling vastgesteld met definitieve beëindiging in 2012.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende inzicht had verkregen in de financiële situatie van de man, waardoor het oordeel dat een gefaseerde verlaging en beëindiging redelijk was, niet voldoende was gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
Feiten zijn onder meer dat partijen in 1988 zijn gescheiden, de vrouw arbeidsongeschikt is en een beperkt pensioen zal ontvangen, terwijl de man directeur is van een beursgenoteerde onderneming. Het hof had rekening gehouden met de duur van het huwelijk, het traditionele rollenpatroon en de financiële situatie van de vrouw. De Hoge Raad benadrukte dat de financiële draagkracht van de alimentatieplichtige essentieel is voor de beoordeling van redelijkheid en billijkheid bij alimentatieverzoeken.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofbeslissing wegens onvoldoende motivering omtrent financiële situatie en verwijst zaak terug.