ECLI:NL:PHR:2007:AZ0419
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperkte aansprakelijkheid bestuurder jegens aandeelhouder voor afgeleide schade bij faillissement vennootschap
De zaak betreft een beroepsaansprakelijkheidsactie van een aandeelhouder tegen een bestuurder wegens het niet tijdig instellen van hoger beroep, waardoor een faillissement van de vennootschap ontstond en de aandelen waardeloos werden. De Hoge Raad bevestigt de regel dat enkel de vennootschap zelf schadevergoeding kan vorderen voor door derden toegebrachte schade, en dat aandeelhouders slechts een eigen vordering kunnen instellen indien een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens hen is geschonden.
De aandeelhouder stelde dat de bestuurder willens en wetens het faillissement had veroorzaakt om zelf het bedrijf goedkoop te verwerven, en dat dit ook jegens haar onrechtmatig was. De Hoge Raad oordeelde echter dat opzet op benadeling van de vennootschap niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid jegens de aandeelhouder, tenzij er sprake is van opzet op benadeling van de aandeelhouder zelf, wat hier niet was gesteld of gebleken.
De Hoge Raad bevestigde dat de afgeleide schade-regel strikt wordt toegepast en dat ook de schending van art. 2:8 lid 1 BW Pro (zorgvuldigheidsnorm bestuurder jegens aandeelhouder) geen zelfstandige grondslag biedt zonder concrete aanwijzingen van schending jegens de aandeelhouder. Het bewijsaanbod van de aandeelhouder werd verworpen omdat er geen grondslag was voor aansprakelijkheid jegens haar.
De uitspraak bevestigt de scheiding tussen vennootschap en aandeelhouder en beperkt de aansprakelijkheid van bestuurders jegens aandeelhouders voor waardevermindering van aandelen door faillissement, tenzij bijzondere omstandigheden en specifieke zorgvuldigheidsnormen worden geschonden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; geen aansprakelijkheid bestuurder jegens aandeelhouder voor afgeleide schade door faillissement.