ECLI:NL:PHR:2007:AZ0226
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en strafvermindering in zaak bezit kinderpornografisch materiaal
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het hof Arnhem, waarin verdachte is veroordeeld voor onder meer bezit van kinderpornografisch materiaal en ontucht met een minderjarige. Het hof baseerde zijn oordeel op uitgebreide processen-verbaal en eigen waarneming van het beeldmateriaal, waarbij verdachte voldoende gelegenheid had zich te verweren.
De verdediging voerde aan dat de dagvaarding nietig was wegens onvoldoende specificatie van de afbeeldingen en dat de bewezenverklaring ontoereikend was gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelt dat de tenlastelegging voldoende concreet is en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de beschrijvingen van het materiaal in de processen-verbaal juist zijn, mede door eigen waarneming van het hof.
Wel is vastgesteld dat de inzending van stukken na overschrijding van de redelijke termijn plaatsvond, wat leidt tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor wat betreft de strafoplegging en vermindert de straf, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, met verwerping van het beroep voor het overige.