ECLI:NL:PHR:2007:AW3876
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Invloed van omzetbelasting op de waardebepaling van onroerende zaken volgens de Wet WOZ
Deze zaak betreft de beoordeling van de waardebepaling van onroerende zaken volgens de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), met name de vraag of en hoe de invloed van omzetbelasting moet worden meegenomen bij de bepaling van de WOZ-waarde.
De Staat der Nederlanden is eigenaar van een kantoorgebouw dat in gebruik is voor ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De waarde van dit gebouw werd vastgesteld op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde, inclusief omzetbelasting, omdat de eigenaar geen recht op aftrek van omzetbelasting heeft. De belanghebbende stelde dat de waarde exclusief omzetbelasting moest worden vastgesteld, wat zou leiden tot een lagere waarde.
Het gerechtshof stelde vast dat de waarde van de onroerende zaak moet worden bepaald op de gecorrigeerde vervangingswaarde indien deze hoger is dan de waarde in het economische verkeer. Daarbij is het van belang dat de invloed van omzetbelasting niet wordt geëlimineerd wanneer de eigenaar geen aftrekrecht heeft. De Hoge Raad bevestigt deze benadering en wijst klachten van de belanghebbende af. Tevens wordt erkend dat de Wet WOZ bewust een subjectief element in de waardering heeft gebracht door rekening te houden met de positie van de eigenaar ten aanzien van de omzetbelasting.
De conclusie benadrukt dat de waardebepaling volgens de Wet WOZ correct is toegepast en dat de invloed van omzetbelasting op de waarde afhankelijk is van de fiscale positie van de eigenaar. Dit kan leiden tot verschillende waarderingen voor identieke objecten, hetgeen door de wetgever is onderkend en geaccepteerd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde inclusief omzetbelasting.