ECLI:NL:GHSGR:2004:AR0669
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Otto Schuurman
- Vierhout
- Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invloed omzetbelasting bij waardebepaling onroerende zaak van de Staat
De Staat der Nederlanden is eigenaar en gebruiker van een kantoorgebouw te Den Haag, dat sinds de jaren negentig in gebruik is genomen. De waarde van deze onroerende zaak werd vastgesteld voor de periode 1997-2000, waarbij discussie ontstond over de vraag of de invloed van omzetbelasting bij de waardebepaling geëlimineerd moest worden.
Belanghebbende stelde dat de omzetbelasting invloed diende te hebben op de waardebepaling, terwijl de Inspecteur dit ontkende. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de Staat als niet-ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, die geen omzetbelasting kan aftrekken, recht heeft op eliminatie van omzetbelasting bij waardebepaling.
Het hof concludeerde dat de Staat geen ondernemer is omdat zij de onroerende zaak niet gebruikt voor belaste prestaties en dus geen omzetbelasting kan aftrekken. Daarom is er geen reden om de invloed van omzetbelasting te elimineren bij de waardebepaling. Het beroep van de Staat werd ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde bleef gehandhaafd.
De procedure omvatte een mondelinge behandeling op 26 november 2003, gevolgd door schriftelijke verduidelijkingen en een gezamenlijke brief van partijen. Het hof wees het beroep af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten, conform artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van de Staat der Nederlanden wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van de onroerende zaak blijft gehandhaafd.