1 Hof Arnhem, MK III, 8 september 2004, nr. 02/00922, V-N 2004/67.1.8, blz. 12, NTFR 2004/1569.
2 Zie over deze uitspraak - in strikt beschrijvende zin - J.B.H. Röben, De contra-legemproblematiek en de vaststellingsovereenkomst, in: Conflicten met de fiscus?, Maastrichtse fiscale symposia 14, Kluwer, Deventer 2005, blz. 21 e.v.
3 A.A. van Rossum, Vaststellingsovereenkomst, Mon. Nieuw BW B-80, Kluwer, Deventer 2001, blz. 52-53.
4 P.J. Wattel, in: Fiscaal commentaar, Algemeen belastingrecht, Kluwer, Deventer 1999, blz. 52 en - in dezelfde zin - P.J. Wattel, De reikwijdte van de fiscale vaststellingsovereenkomst (I), WPNR 1996/6217, blz. 219.
5 A.A. van Rossum, a.w., blz. 55.
6 L.A. de Blieck e.a., Algemene wet inzake rijksbelastingen, zevende druk, Kluwer, Deventer 2004, blz. 237.
Vgl. tevens: P. van der Wal, Fiscaal compromis en de raakvlakken tussen bestuursrecht, belastingrecht en privaatrecht, Onderneming en financiering, 2003, nr. 55, blz. 51-52: "Met de invoering van de privaatrechtelijke regeling van de artikelen 7:900 e.v. BW en de toepasselijkheid daarvan binnen het belastingrecht wordt de 'geven-en-nemen-eis' niet meer gesteld.".
7 Asser-Van Schaick (5-IV), zesde druk, Kluwer, Deventer 2004, blz. 219.
8 L.A. de Blieck e.a., a.w., blz. 237. Idem: Asser-Van Schaick (5-IV), a.w., blz. 219: "(...) subjectieve onzekerheid is voldoende.".
9 L.A. de Blieck e.a., a.w., blz. 237.
10 Asser-Van Schaick (5-IV), a.w., blz. 220.
11 P.J. Wattel, in: Fiscaal commentaar, Algemeen belastingrecht, Kluwer Deventer 1999, blz. 52. Vgl. tevens A.K.H. Klein Sprokkelhorst, Overeenkomsten met de fiscus, FM nr. 88, Kluwer, Deventer 1999, blz. 227. Zie onder meer ook E. Aardema in zijn noot bij HR 12 december 2003, nr. 38 151, BNB 2004/213.
12 A.K.H. Klein Sprokkelhorst, a.w., blz. 227.
13 L.A. de Blieck e.a., a.w., blz. 237.
14 A.K.H. Klein Sprokkelhorst, a.w., blz. 219-220.
15 E.J. Numann, Aantasting van vaststellingsovereenkomsten wegens dwaling, in: Non sine causa (G.J. Scholten-bundel), W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle 1979, blz. 284.
16 A.K.H. Klein Sprokkelhorst, a.w., blz. 220.
17 E.J. Numann, a.w., blz. 286.
18 M.M. van Rossum, Dwaling, in het bijzonder bij koop van onroerend goed, proefschrift, Kluwer, Deventer 1991, blz. 42. Idem Asser-Hartkamp (4-II), twaalfde druk, Kluwer, Deventer 2004, blz. 172-173.
19 Asser-Van Schaick (5-IV), a.w., blz. 236-237.
20 Asser-Van Schaick (5-IV), a.w., blz. 238.
21 A.A. van Rossum, a.w., blz. 32. Idem: C.C. van Dam, in: Rechtshandeling en overeenkomst, vierde druk, Kluwer, Deventer 2004, blz. 222.
22 C.C. van Dam, a.w., blz. 222. Zie HR 29 september 1995, NJ 1998, 81, m.nt. CJHB. Zie over deze beslissing van de Hoge Raad - in civilibus - A.K.H. Klein Sprokkelhorst en R.N.J. Kamerling, Fiscale vaststellings-overeenkomst en dwaling, WFR 1997/6243, blz. 611 e.v.
23 A.K.H. Klein Sprokkelhorst, a.w., blz. 239.
24 L.A. de Blieck e.a., a.w., blz. 237.
25 A.K.H. Klein Sprokkelhorst, a.w., blz. 237. In deze zin eveneens: M.W.C. Feteris, Formeel belastingrecht, Fiscale Hand- en Studieboeken, nr. 9, Kluwer, Deventer 1999, blz. 383: "Een verkeerd beeld ten aanzien van het recht zal vrijwel altijd voor rekening van de dwalende komen. [voetnoot auteur: (...). Een beroep van de fiscus op rechtsdwaling zal m.i. wel per definitie moeten worden verworpen.]
In dezelfde zin ook: Asser-Hartkamp (4-II), a.w., blz. 193.
26 A.A. van Rossum, a.w., blz. 56.
27 L.A. de Blieck e.a., a.w., blz. 238. Zie ook M.W.C. Feteris, a.w., blz. 386: "De mogelijkheden om in belastingzaken afspraken te maken die in strijd zijn met de wet, zijn (...) niet onbeperkt."
28 M.W.C. Feteris, a.w., blz. 386. Zie in kritische zin - over het zozeer-criterium van de Hoge Raad - het proefschrift van M. van Zijst, De vaststellingsovereenkomst in strijd met dwingend recht, Kluwer, Amsterdam 2001, blz. 121-122.
29 M.W.C. Feteris, a.w., blz. 386. Idem: D.G. Barmentlo, Overeenkomsten met de fiscus na de Vinkenslagaffaire, Fiscaal Praktijkblad 2005/13, blz. 19 e.v.
Vgl. ook de definitie - van rechtspraak contra legem - van G.J. Wiarda, Drie typen van rechtsvinding, vierde druk, W.E.J. Tjeenk Willink, Deventer 1999, blz. 40:
"Als werkelijk contra legem gewezen zou ik slechts die beslissingen willen beschouwen, die noch met de tekst, noch met de geschiedenis, noch met het systeem of met de strekking van de wet in overeenstemming zijn en dus duidelijk ingaan tegen hetgeen de wetgever heeft tot uitdrukking gebracht en heeft gewild, of vermoedelijk zou hebben gewild, indien het gegeven geval hem voor ogen had gestaan."
30 L.A. de Blieck e.a., a.w., blz. 238. Idem: R.H. Happé, Fiscaal compromis. Op de grens van publiek- en privaatrecht, in: Contractvrijheid, E.M. Meijers Instituut, Kluwer, Deventer 1999, met name blz. 93-94 en blz. 97 (vgl. de slotzin van noot 44).
31 P.J. Wattel, in: Fiscaal commentaar, Algemeen belastingrecht, Kluwer Deventer 1999, blz. 46 en P.J. Wattel, De reikwijdte van de fiscale vaststellingsovereenkomst (II, slot), WPNR 1996/6218, blz. 251.
32 H.J. Hofstra en R.E.C.M. Niessen, Inleiding tot het Nederlands belastingrecht, Fiscale Hand- en Studieboeken, nr. 1, achtste druk, Kluwer, Deventer 2002, blz. 138.
In dezelfde zin H.C.F. Schoordijk, Het fiscale compromis, WFR 1991/5974, blz. 1219: "Fiscale compromissen zijn (...) niet geldig, indien fiscus en belastingplichtige overeenkomsten aangaan, zonder dat een geschil zich aandient. Ik denk hierbij aan zogenaamde Herenakkoorden."
33 HR 9 december 2005, nr. 41 117, NTFR 2005/1672.
34 P. van der Wal in zijn commentaar bij HR 9 december 2005, nr. 41 117, NTFR 2005/1672.
35 A. Pitlo, Korte uitleg van enige burgerlijk-rechtelijke hoofdstukken, twaalfde herziene druk bewerkt door J.L.P. Cahen, Gouda Quint, Arnhem 1992, blz. 133.
36 Asser-Hartkamp, a.w., blz. 516-517.
37 L.C.A. Verstappen, in: Bekrachtiging en aanverwante rechtsfiguren, Koninklijke Vermande, Lelystad 2003, blz. 79. Zie tevens blz. 76.
38 A. Pitlo, a.w., blz. 133.
39 C.C. van Dam, a.w., blz. 251.
40 Brief Staatssecretaris van Financiën van 18 januari 2005, nr. DGB2005/6607U, V-N 2005/9.3. Zie tevens: Brief aan Tweede Kamer over contra legem en vrijplaatsen van 3 juni 2004 (Kamerstukken II 2003/04, 29 643, nr. 2), V-N2004/29.2. Zie eveneens: Werkinstructie voor de Belastingdienst 24 december 2004, V-N 2005/6.2.
Zie - in kritische zin - over het contra legem-beleid onder andere: D.G. Barmentlo, Overeenkomsten met de fiscus na de Vinkenslagaffaire, Fiscaal Praktijkblad 2005/13, blz. 19 e.v.
41 Kamerstukken II, 2005/06, 30 322, nr. 2, V-N 2005/50.2, NTFR 2005/1371 en NTFR 2005/1496.
42 A.A. van Rossum, a.w., blz. 57-58.
43 W.L. Valk, in: Rechtshandeling en overeenkomst, vierde druk, Kluwer, Deventer 2004, blz. 346-347.
44 M. Scheltema en M.W. Scheltema, Gemeenschappelijk recht, Wisselwerking tussen publiek- en privaatrecht, Kluwer, Deventer 2003, blz. 249.
45 L.A. de Blieck e.a., a.w., blz. 238.
46 HR 12 augustus 2005, nr. 40 805, V-N 2005/38.8, NTFR 2005/1101, met commentaar B.E.M. den Boer-Drinkenburg en BNB 2005/351, met noot J.W. Zwemmer.