ECLI:NL:HR:2007:AV0432
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststellingsovereenkomst en dwaling bij navorderingsaanslag vermogensbelasting
Belanghebbende, directeur en grootaandeelhouder van een BV, had pensioenrechten met ingangsdatum 65 jaar, die in 1996 werden uitgesteld tot 70 jaar. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag vermogensbelasting op over 1997, die belanghebbende betwistte. Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst waarin werd overeengekomen dat de pensioeningangsdatum fiscaal niet als uitgesteld werd beschouwd en het vermogen werd gecorrigeerd.
Belanghebbende voerde aan dat de overeenkomst onder dwaling tot stand was gekomen, mede omdat de Hoge Raad kort na ondertekening een arrest had gewezen dat de fiscale gevolgen anders oordeelde. Het Hof verwierp dit beroep op dwaling en oordeelde dat de Inspecteur niet in strijd met zorgvuldigheidseisen had gehandeld.
De Hoge Raad bevestigde dat partijen zich niet met vrucht op dwaling kunnen beroepen als zij ter voorkoming van rechtsgeding een overeenkomst sluiten over een onzekere rechtsvraag. De Inspecteur had bovendien geen verplichting om belanghebbende te informeren over het arrest, omdat hij er zelf niet van op de hoogte was bij ondertekening. Het beroep werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag vermogensbelasting blijft in stand.