ECLI:NL:HR:1997:AA3201
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toerekening kapitaalsbelasting aan vaste inrichting bij vennootschapsbelasting
De zaak betreft een geschil over de vennootschapsbelasting 1989 van X B.V., een Nederlandse houdster- en financieringsmaatschappij met een vaste inrichting in Zwitserland. De Inspecteur had een aanslag opgelegd waarbij een deel van de kapitaalsbelasting toegerekend werd aan de vaste inrichting, wat de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting beperkte. Het Hof Amsterdam had echter geoordeeld dat de kapitaalsbelasting niet aan de vaste inrichting kon worden toegerekend en dat de tussen partijen gesloten winstvaststellingsovereenkomst dit ook niet beoogde.
De Hoge Raad overweegt dat uitgaven voor kapitaalsbelasting eigen zijn aan de rechtsvorm van de belastingplichtige en niet zodanig verband houden met voordelen van de vaste inrichting dat zij daaraan kunnen worden toegerekend. Echter, indien partijen bij overeenkomst een andere toerekening zijn overeengekomen, is de belastingplichtige daaraan gebonden, tenzij de overeenkomst in strijd is met het recht. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte belanghebbende niet aan de overeenkomst heeft gebonden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor nader onderzoek naar de uitleg van de overeenkomst en de vraag of de latere jurisprudentiewijziging een redelijke beperking van de werking van de overeenkomst rechtvaardigt. Tevens wordt de beslissing omtrent de proceskosten aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de uitleg van de winstvaststellingsovereenkomst en de toerekening van kapitaalsbelasting.