ECLI:NL:GHARN:2004:AR3585
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- N.E. Haas
- van Rij
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende gebonden aan vaststellingsovereenkomst inzake pensioeningangsdatum en vermogensbelasting
Belanghebbende, directeur-grootaandeelhouder van [A BV], had pensioenrechten met ingang van 65 jaar, maar in 1996 werd besloten de pensioeningangsdatum uit te stellen tot 70 jaar. De Inspecteur stelde dat deze opschorting een belaste handeling was volgens de Wet op de loonbelasting 1964. Na onderhandelingen sloten partijen op 23 april 2001 een vaststellingsovereenkomst waarin werd overeengekomen dat de oorspronkelijke pensioeningangsdatum van 65 jaar bleef gelden voor fiscale doeleinden.
Belanghebbende stelde dat de overeenkomst vernietigbaar was wegens wederzijdse dwaling en schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur, mede omdat zij niet op de hoogte waren van een relevante Hoge Raad-uitspraak van 18 april 2001. Het Hof oordeelde dat partijen vrijelijk en met kennis van zaken de overeenkomst waren aangegaan en dat de afspraken niet kennelijk in strijd waren met het recht.
Het Hof wees het beroep van belanghebbende af en bevestigde dat hij gebonden is aan de vaststellingsovereenkomst. Er was geen reden om de Inspecteur te verwijten dat hij niet eerder had geïnformeerd over de Hoge Raad-uitspraak. Ook was geen sprake van schending van beginselen van behoorlijk bestuur. De navorderingsaanslag vermogensbelasting 1997 bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en hij is gebonden aan de vaststellingsovereenkomst en navorderingsaanslag.