ECLI:NL:PHR:2007:AU6919
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en werkingssfeer van het Fooienbesluit 1989 in de horeca
In deze zaak staat de toepassing van het Fooienbesluit 1989 centraal, met name de personele en materiële werkingssfeer van de waarderingsregel voor fooien in de horeca. Belanghebbende exploiteerde een horecabedrijf en werd geconfronteerd met correctienota's wegens onvolledige loonadministratie en het niet betalen van het minimumloon volgens de CAO. Het UWV schatte het loon mede op basis van verklaringen van (ex-)werknemers en paste artikel 3 van Pro het Fooienbesluit toe.
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) oordeelde dat het bestuursorgaan terecht de loonadministratie verwierp en vrij was tot aanvullende schattingen over te gaan. Ook werd bevestigd dat fooien en verstrekte maaltijden tot het loon behoren voor premieheffing. Het beroep van belanghebbende werd verworpen, waarbij de Hoge Raad de feitelijke oordelen van de CRvB niet toetst.
De conclusie van de Procureur-Generaal verduidelijkt dat de waarderingsregel niet beperkt is tot werknemers die volgens het garantie-inkomensysteem werken, maar geldt voor bedienend personeel zoals omschreven in de Horeca-CAO, waarbij koks en administratief personeel zijn uitgesloten. Verder is het niet vereist dat de Horeca-CAO algemeen verbindend is verklaard. Bij de waardering van fooien moet rekening worden gehouden met loon in natura en brutering van nettoloon, ook onder het anoniementarief.
Deze uitspraak biedt duidelijkheid over de reikwijdte van het Fooienbesluit 1989 en bevestigt de praktische toepasbaarheid van de waarderingsregel binnen de horeca, waarbij de werkgever gehouden is het voor de werknemer geldende minimumloon volgens de Horeca-CAO als uitgangspunt te nemen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt verworpen en de toepassing van het Fooienbesluit 1989 wordt bevestigd.