ECLI:NL:PHR:2006:AZ1658
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij poging tot doodslag tijdens overval op bejaarde vrouw
Op 27 juli 2004 drong verdachte gewelddadig de woning binnen van een 79-jarige vrouw die leed aan darmkanker. Hij overviel haar in haar slaapkamer, bond haar vast, drukte herhaaldelijk een kussen op haar gezicht en kneep haar keel dicht, met het doel haar pincode af te dwingen. Het slachtoffer wist door worstelen haar hoofd te draaien om te kunnen ademen en overleefde de aanval.
Het hof veroordeelde verdachte tot zes jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag, diefstal en wederspannigheid. Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij geen opzet had op de dood van het slachtoffer, maar slechts geweld gebruikte om de pincode te verkrijgen. Hij stelde dat hij het geweld telkens opschortte wanneer het slachtoffer geen adem kon halen en dat hij medelijden had.
De Hoge Raad oordeelde dat de gedragingen van verdachte, waaronder het langdurig drukken van een kussen op het gezicht van een ernstig zieke vrouw en het wurgen, zodanig waren dat hij de aanmerkelijke kans op haar dood heeft aanvaard. Het feit dat verdachte het geweld kortstondig staakte, doet hieraan niet af. Het hof heeft het bewijsverweer terecht verworpen en het oordeel over voorwaardelijk opzet niet onjuist of onbegrijpelijk geacht.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet en handhaaft de gevangenisstraf van zes jaar.