ECLI:NL:PHR:2006:AY7922
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over terugvordering onverschuldigde betaling door derde-beslagene na derdenbeslag
In deze zaak stond centraal of een derde-beslagene, nadat hij op grond van een verklaring en betaling aan de beslaglegger heeft voldaan, het betaalde bedrag als onverschuldigd kan terugvorderen indien later blijkt dat hij niets aan de beslagene verschuldigd was. De notaris [verweerder] had een bedrag in depot gehouden in een geschil tussen twee partijen en had op basis van een verklaring en derdenbeslag aan de beslaglegger FIC betaald.
Later bleek door een onherroepelijk vonnis dat het depot niet toekwam aan de debiteur van FIC, waardoor de betaling onverschuldigd was. De notaris vorderde daarop terugbetaling van het betaalde bedrag. De rechtbank en het hof wezen deze vordering toe, maar FIC stelde beroep in cassatie in.
De Hoge Raad bevestigde dat de verklaring van de derde-beslagene geen zelfstandige rechtsgrond voor betaling vormt en dat de derde-beslagene in beginsel vrij is zijn verklaring te herroepen zolang betaling nog niet heeft plaatsgevonden. Na betaling kan de derde-beslagene het teveel betaalde bedrag terugvorderen uit onverschuldigde betaling. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van FIC niet-ontvankelijk en verwierp de klachten, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van FIC wordt niet-ontvankelijk verklaard en de vordering tot terugbetaling van de onverschuldigde betaling door de derde-beslagene wordt bevestigd.