ECLI:NL:PHR:2006:AY7456
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging koopovereenkomst wegens dwaling over huurprijsverlaging beleggingspand
In deze zaak kocht eiser in juli 1999 een beleggingspand met verhuurde winkel- en woonruimtes. Verkoper verstrekte onjuiste informatie dat er geen procedures bij de huurcommissie liepen, terwijl huurders van een van de woonruimtes een verzoek tot huurprijsverlaging hadden ingediend. De huurcommissie en later de kantonrechter stelden een lagere huurprijs vast.
Eiser vorderde schadevergoeding of wijziging van de koopovereenkomst op grond van dwaling vanwege de onjuiste informatie. De rechtbank kende hem grotendeels gelijk, het hof stelde een comparitie in en oordeelde dat eiser een onderzoeksplicht had, maar dat de dwaling over de aanhangige procedure aan verkoper toerekenbaar was. Het hof besloot tot opheffing van het nadeel volgens art. 6:230 lid 2 BW Pro.
De Hoge Raad bevestigde dat de onderzoeksplicht van de koper afhankelijk is van omstandigheden en dat niet alle risico's van huurprijswijzigingen voor rekening van verkoper komen. Echter, de niet-mededeelde procedure bij de huurcommissie was een toerekenbare dwaling van verkoper, rechtvaardigend dat het nadeel wordt opgeheven door aanpassing van de koopprijs. De benadering van het hof werd als redelijk en binnen zijn beoordelingsmarge beschouwd.
Uitkomst: De koopprijs van het beleggingspand wordt aangepast wegens dwaling van verkoper over aanhangige huurcommissieprocedure.