ECLI:NL:PHR:2006:AX5382
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vaststelling kinderalimentatie en draagkracht vader bij nieuw gezin en buitenlandvergoeding
In deze zaak staat de vaststelling van de kinderalimentatie centraal, waarbij de vader en moeder van een minderjarig kind in geschil zijn over de hoogte van de bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.
De moeder had aanvankelijk een alimentatiebedrag van €1.375 per maand gevorderd, terwijl de vader zich verzette tegen een bedrag boven €525 per maand. Het gerechtshof stelde de alimentatie vast op €1.120 per maand, rekening houdend met de behoefte van het kind en de draagkracht van de vader, die een nieuw gezin in het buitenland heeft en een buitenlandvergoeding ontvangt.
De vader voerde in cassatie onder meer aan dat het hof ten onrechte zijn draagkracht had vastgesteld zonder voldoende rekening te houden met de situatie van zijn nieuwe partner, haar onmogelijkheid om te werken vanwege praktische redenen en het visum, en dat de buitenlandvergoeding niet als inkomen mocht worden meegeteld. Ook werd geklaagd over de toepassing van de Nibud-tabel en de motivering van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom de nieuwe partner geacht wordt in haar eigen onderhoud te kunnen voorzien, dat het hof de buitenlandvergoeding als inkomen mocht beschouwen maar slechts gedeeltelijk in aanmerking nam, en dat het hof de behoefte van het kind op een begrijpelijke wijze heeft vastgesteld, waarbij de Nibud-tabel slechts als richtsnoer is gebruikt. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen; de vaststelling van de kinderalimentatie op €1.120 per maand wordt bevestigd.