ECLI:NL:HR:2006:AX5382

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R05/133HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie bij echtscheiding en draagkracht vader

In deze zaak staat de vaststelling van de bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind centraal. De moeder heeft bij de rechtbank echtscheiding verzocht en tevens kinderalimentatie vastgesteld op €1.375 per maand. De vader betwistte dit bedrag voor zover het hoger was dan €525 per maand. De rechtbank stelde de alimentatie vast op €525 per maand.

De moeder ging in hoger beroep tegen deze beschikking en het gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigde de beschikking van de rechtbank voor zover het alimentatiebedrag betreft. Het hof stelde de kinderalimentatie vast op €1.120 per maand met ingang van 16 september 2004. De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten in het cassatiemiddel niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen, waarmee de beschikking van het hof in stand blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de kinderalimentatie van €1.120 per maand.

Uitspraak

14 juli 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/133HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats], Zwitserland,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. L. van Hoppe.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 19 november 2003 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht echtscheiding tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken. Voorts heeft zij, voor zover in cassatie nog van belang, ten laste van de man, uitvoerbaar bij voorraad, de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van der partijen kind [de dochter], geboren op [geboortedatum] 2002, vast te stellen op € 1.375,-- per maand.
De man heeft het verzoek tot vaststelling van de kinderalimentatie bestreden, voor zover het verzoek een bedrag van (uiteindelijk) € 525,-- per maand inclusief kosten kinderopvang te boven gaat.
De rechtbank heeft bij beschikking van 7 juni 2004 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat de man met ingang van de dag waarop de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige aan de vrouw, die de minderjarige verzorgt en opvoedt, zal betalen een bedrag van € 525,-- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen en de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw wat de vaststelling van de kinderalimentatie betreft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 13 juli 2005 heeft het hof de bestreden beschikking voor zover aan zijn oordeel onderworpen vernietigd en in zoverre opnieuw beschikkende de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie met ingang van 16 september 2004 bepaald op € 1.120,-- per maand, deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 juli 2006.