ECLI:NL:PHR:2006:AX2034
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over fiscale transparantie en deelnemingsvrijstelling van Amerikaanse LLC
De zaak betreft de fiscale kwalificatie van een Amerikaanse LLC waarin de belanghebbende participeert. De centrale vraag is of de LLC voor Nederlandse fiscale doeleinden als transparant moet worden aangemerkt, en of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is. De belanghebbende stelde dat de LLC transparant is, waardoor zij haar aandeel in de winst kon opnemen en kosten aftrekken.
Het Hof oordeelde dat de LLC een hybride entiteit is die niet transparant is, omdat de participanten slechts beperkt aansprakelijk zijn en de onderneming voor rekening van de LLC wordt gedreven. De LLC wordt economisch en maatschappelijk vergeleken met een Nederlandse BV met in aandelen verdeeld kapitaal. De deelnemingsvrijstelling is niet van toepassing omdat de LLC in de VS niet aan winstbelasting is onderworpen en de belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij zelf in de VS belasting betaalt.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat de LLC niet transparant is voor Nederlandse belastingdoeleinden. De Hoge Raad benadrukt dat de fiscale kwalificatie begint met de civielrechtelijke kenmerken van de LLC en vervolgens beoordeelt of deze kenmerken in Nederland leiden tot transparantie of zelfstandige belastingplicht. De Hoge Raad wijst op het belang van het rekening- en risicocriterium en de beperkte aansprakelijkheid van participanten. Tevens wordt vastgesteld dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is en dat de kostenaftrekbeperking van art. 13a Wet Vpb terecht is toegepast.
De Hoge Raad merkt op dat het Hof onvoldoende heeft onderzocht hoe de zeggenschapsrechten binnen de LLC zijn geregeld, hetgeen relevant is voor de vraag of het kapitaal in aandelen is verdeeld. Daarom beveelt de A-G verwijzing aan voor nader feitelijk onderzoek naar de zeggenschapsrechten. Daarnaast wordt het beroep op het SNC-Besluit afgewezen omdat dit besluit alleen ziet op situaties van dubbele belasting, die hier niet aan de orde zijn.
Tot slot bespreekt de Hoge Raad de mogelijke toepassing van het EG-recht op het vrije kapitaalverkeer, maar concludeert dat nader feitelijk onderzoek nodig is voordat hierover kan worden geoordeeld. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat de door de inspecteur gehanteerde rentemarge zakelijk is en dat het beroep op een verliesbeschikking faalt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de LLC niet transparant is voor Nederlandse belastingdoeleinden en beveelt verwijzing aan voor nader onderzoek naar zeggenschapsrechten.