ECLI:NL:PHR:2006:AW6163
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op indexering van pensioenverrekening bij echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de indexering van periodieke pensioenuitkeringen die de man aan de vrouw moet betalen na hun echtscheiding. De man betwistte dat hij gehouden is tot indexering van de betalingen, terwijl de vrouw stelde dat dit op grond van redelijkheid en billijkheid en de vaststellingsovereenkomst wel het geval is.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw recht heeft op een geïndexeerde uitkering, aansluitend bij het arrest Boon/Van Loon, ook al was hierover niets expliciet overeengekomen. Het hof bekrachtigde dit oordeel en wees op het welvaartvaste karakter van het pensioen, waardoor de uitkeringen aan de vrouw mee moeten stijgen of dalen met de pensioenindexering.
De Hoge Raad bevestigde dit standpunt en verduidelijkte dat de vaststellingsovereenkomst moet worden uitgelegd volgens het Haviltex-criterium, waarbij redelijkheid en billijkheid een rol spelen. De Hoge Raad stelde dat het niet onaanvaardbaar is om de overeenkomst zo uit te leggen dat de man gehouden is tot indexering van de pensioenuitkeringen, ook zonder expliciete afspraak. Het beroep van de man werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de man gehouden is tot indexering van de pensioenuitkeringen aan de vrouw.