ECLI:NL:PHR:2006:AV5017
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over toepassing voorkomingsbreuk en forfaitaire vermogensrendementsheffing in belastingverdrag Nederland-Frankrijk
Belanghebbende bezat een tweede woning in Frankrijk, gefinancierd met een Franse hypotheek en een tweede hypotheek op de Nederlandse woning. De discussie betrof de berekening van de aftrek elders belast (voorkomingsbreuk) in het kader van het belastingverdrag Nederland-Frankrijk en de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001).
Het Hof had geoordeeld dat de aftrek elders belast moet worden berekend met inachtneming van de tweede hypotheek, conform de rendementsgrondslag van box 3, en dat de voorkomingsbreuk per box moet worden bepaald, niet op basis van een verzamelgrondslag. Belanghebbende stelde in cassatie dat de forfaitaire vermogensrendementsheffing als vermogensbelasting moet worden gezien, dat de voorkomingsbreuk op basis van één verzamelgrondslag moet worden berekend en dat het heffingvrije vermogen in de noemer moet worden verwerkt.
De Hoge Raad bevestigt dat de forfaitaire vermogensrendementsheffing kwalificeert als een belasting naar het inkomen en dat de voorkomingsbreuk per box moet worden berekend, conform de systematiek van de Wet IB 2001. Wel oordeelt de Hoge Raad dat het heffingvrije vermogen, de persoonsgebonden aftrek en de schuldendrempel in de noemer van de voorkomingsbreuk moeten worden verwerkt, conform het arrest De Groot van het Europese Hof van Justitie en het daarop gebaseerde besluit van de Staatssecretaris.
De conclusie van de Advocaat-Generaal strekt tot vernietiging van het hofarrest en de uitspraak op bezwaar, met inachtneming van een aangepaste aftrek elders belast van € 2.842.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en de uitspraak op bezwaar en bepaalt dat de aftrek elders belast € 2.842 bedraagt.