ECLI:NL:PHR:2006:AV1618
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling ter beschikking stellen van een reisdocument op Schiphol
De zaak betreft een verdachte die op Schiphol een paspoort aan een ander, aangeduid als X, ter beschikking heeft gesteld met het oogmerk dat X het zou gebruiken alsof het haar eigen paspoort was. Het hof heeft vastgesteld dat het ter beschikking stellen van het paspoort ook op Schiphol voortduurde, mede op basis van verklaringen, vliegtickets en andere bewijsmiddelen.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was omdat de verklaring van een cruciale getuige niet kon worden getoetst door de verdediging, aangezien deze getuige was vrijgelaten zonder dat haar verblijfplaats bekend was. Het hof oordeelde echter dat deze verklaring voldoende werd bevestigd door andere bewijsmiddelen zoals de vliegtickets en verklaringen van de verdachte zelf. Tevens werd geoordeeld dat de verdediging niet had verzocht om de getuige op te roepen, waardoor geen schending van het recht op hoor en wederhoor was.
Verder werd betwist of de Nederlandse rechter rechtsmacht had, omdat het delict deels in het buitenland zou zijn gepleegd. Het hof stelde dat de tenlastelegging Schiphol als plaats van het delict noemt, waardoor de Nederlandse rechtsmacht en de ontvankelijkheid van het OM gegeven zijn.
Ten slotte werd het begrip 'ter beschikking stellen' door het hof uitgelegd als een handeling die enige duur kan hebben, waarbij het ter beschikking stellen ook kan voortduren zolang de verdachte zich onthoudt van ingrijpen. Dit oordeel werd niet onjuist geacht. De Hoge Raad concludeerde dat de middelen van cassatie falen en het beroep moet worden verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voor het ter beschikking stellen van een paspoort op Schiphol.