ECLI:NL:PHR:2006:AV1227
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over fiscale woonplaats en aanmerkelijk belang bij complexe concernstructuur
Belanghebbende, algemeen directeur van een internationaal concern, betwistte zijn binnenlandse belastingplicht voor 1997 en de fiscale kwalificatie van transacties binnen zijn concernstructuur. Hij had zich in 1996 op Curaçao gevestigd en voerde aan dat hij daar fiscaal inwoner was. Tevens stelde hij dat de overdracht van winstbewijzen binnen concernvennootschappen niet als vervreemding van aanmerkelijk belang moest worden gezien.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende ondanks zijn verblijf op Curaçao een duurzaam tehuis in Nederland had en dat zijn persoonlijke en economische belangen het nauwst met Nederland verbonden waren. Hierdoor was hij binnenlands belastingplichtig. Daarnaast kwalificeerde het Hof de overdracht van winstbewijzen als vervreemding van een aanmerkelijk belang, belast tegen een bijzonder tarief. Het Hof wees ook de door belanghebbende ingebrachte bewijsaanbiedingen af en bevestigde de toepassing van de autokostenfictie.
In cassatie bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het Hof. De Raad stelde dat de fiscale woonplaatsbepaling naar omstandigheden wordt beoordeeld en dat het Hof een juiste maatstaf hanteerde. Ook werd bevestigd dat de overdracht van winstbewijzen binnen verschillende vennootschappen als vervreemding van aanmerkelijk belang kan worden aangemerkt, ook als het economisch belang feitelijk gelijk blijft. De Hoge Raad verwierp de middelen van belanghebbende en de Staatssecretaris en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat belanghebbende in 1997 binnenlands belastingplichtig was en dat de overdracht van winstbewijzen als vervreemding van een aanmerkelijk belang belastbaar is.