ECLI:NL:PHR:2006:AV0361
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij grootschalige drugshandel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij aan de veroordeelde een ontnemingsmaatregel van ruim € 2,9 miljoen werd opgelegd wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit grootschalige drugshandel.
In hoger beroep was de verdediging onder meer gestruikeld over de afwijzing van een verzoek tot het horen van 37 getuigen, die zouden kunnen verklaren over de herkomst van het vermogen en de periode van vermeende strafbare feiten. Het hof had het verzoek afgewezen omdat het zich baseerde op betwisting van de bewezenverklaring en omdat het vermogen niet tot legale bronnen te herleiden was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het horen van getuigen over de periode vóór 15 november 1997 niet relevant zou zijn, terwijl het hof zelf in de hoofdzaak had vastgesteld dat de bewezenverklaring zich beperkte tot de periode vanaf die datum. Ook is het oordeel van het hof dat vermogensbestanddelen van de broer van de veroordeelde bij de ontneming betrokken mogen worden, niet onbegrijpelijk gelet op de nauwe samenwerking tussen de broers.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling. Tevens wordt ingegaan op procesrechtelijke aspecten zoals de bewijsopdracht, het recht op verdediging, en de bewijslastverdeling in ontnemingsprocedures.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak wegens onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek en verwijst zaak naar ander hof.