ECLI:NL:PHR:2005:AU4097
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot aanwijzing ander gerecht bij vervolging rechterlijke ambtenaren in Schiedammer parkmoord
In deze zaak heeft de Hoge Raad een verzoekschrift van het Openbaar Ministerie behandeld waarin werd gevraagd om de rechtbank Arnhem aan te wijzen voor de vervolging en berechting van twee advocaat-generaal betrokken bij de Schiedammer parkmoord.
De zaak betreft verdenkingen van misdrijven tegen deze rechterlijke ambtenaren, waaronder het niet toevoegen van belangrijke gespreksverslagen aan het procesdossier en het achterhouden van bewijs, wat mogelijk strafbare feiten oplevert volgens artikel 285a en 361 van het Wetboek van Strafrecht.
De Hoge Raad benadrukt dat artikel 510 Sv Pro beoogt te waarborgen dat rechterlijke ambtenaren worden vervolgd door een andere instantie om de schijn van bevoordeling of benadeling te vermijden. Indien het Openbaar Ministerie een redelijk vermoeden van schuld acht, is het verplicht een verzoek tot aanwijzing van een ander gerecht in te dienen.
De Hoge Raad besluit daarom de rechtbank Arnhem aan te wijzen als gerecht voor de vervolging en berechting van de betrokken advocaat-generaal, waarbij het oordeel over het bestaan van een redelijk vermoeden van schuld aan het OM wordt overgelaten.
Deze beslissing volgt op een evaluatierapport over de behandeling van de Schiedammer parkmoord en eerdere herziening van de veroordeling van de oorspronkelijke verdachte, waarbij DNA-bewijs leidde tot vrijspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de rechtbank Arnhem aan voor vervolging en berechting van de verdachte advocaat-generaal ter waarborging van onpartijdigheid.