ECLI:NL:PHR:2005:AU3140
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperkingen en voorwaarden van bewijslastomkering bij fiscale informatieplicht en inzageverzoeken
Deze zaak betreft de rechtsvraag omtrent de omkering van de bewijslast in belastingzaken, specifiek bij weigering van medewerking aan informatie- en inzageverzoeken door de belastingplichtige. De Hoge Raad bespreekt de wettelijke grondslagen in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), waaronder art. 25, 27e, 47 en 52, en de toepassing daarvan in fiscale procedures.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de omkering van de bewijslast gerechtvaardigd is wanneer een belastingplichtige weigert bepaalde stukken, zoals een due diligence-rapport of notulen van vergaderingen, aan de inspecteur te verstrekken. Het Hof oordeelde dat omkering niet automatisch volgt bij weigering, zeker niet als het gevraagde niet relevant of van gering gewicht is voor de belastingheffing.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de verhouding tussen de fiscale informatieplicht en de waarborgen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), met name artikel 6 (fair trial) en artikel 8 (recht op privacy). Daarbij wordt onder meer verwezen naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) zoals Funke, Saunders, J.B. en Colas Est, die grenzen stellen aan de mate van dwang en bewijsgebruik bij fiscale en strafrechtelijke procedures.
De Hoge Raad benadrukt dat omkering van de bewijslast een zware sanctie is die alleen gerechtvaardigd is binnen de grenzen van redelijkheid, proportionaliteit en de rechten van de verdediging. Tevens wordt het onderscheid gemaakt tussen bewijslastomkering bij naheffingsaanslagen en bij boeteoplegging, waarbij voor boeten strengere waarborgen gelden. De zaak bevat ook een uitgebreide bespreking van het verschoningsrecht van accountants en belastingadviseurs en de reikwijdte daarvan ten opzichte van de belastingplichtige zelf.
Tot slot bespreekt de Hoge Raad de aard van informatie- en inzageverzoeken als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de mogelijkheden voor rechterlijke toetsing, waarbij wordt gewezen op het belang van adequate rechtsbescherming en de verhouding tot de beginselen van behoorlijk bestuur.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat bewijslastomkering bij weigering van fiscale informatie slechts onder strikte voorwaarden is toegestaan, met respect voor EVRM-rechten en proportionaliteit.