ECLI:NL:HR:2005:AU3140
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over omkering bewijslast bij weigering inzage managementverslagen
In deze zaak is aan belanghebbende voor het jaar 1995 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar door de inspecteur werd gehandhaafd. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris gingen in cassatie tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de weigering van belanghebbende om inzage te geven in verslagen van management- en commissarissenvergaderingen. Het hof oordeelde dat deze weigering geen omkering van de bewijslast met zich meebracht vanwege twijfel aan de relevantie van de gevraagde stukken. De Hoge Raad stelde dit oordeel onjuist vast en oordeelde dat het niet overleggen van dergelijke verslagen wel degelijk leidt tot omkering van de bewijslast.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, met uitzondering van enkele beslissingen, en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Belanghebbende kan na verwijzing alsnog bewijsstukken overleggen die zij eerder niet kon indienen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling met toepassing van omkering van de bewijslast bij weigering inzage.