ECLI:NL:PHR:2005:AT6369
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding en verdeling van maatschapsovereenkomst na geschil over beëindigingsdatum
Senior en Junior waren vennoten in een maatschap met het oog op bedrijfsopvolging van een akkerbouw- en melkveebedrijf. De maatschapsovereenkomst bevatte bepalingen over beëindiging, onder meer bij het bereiken van de 70-jarige leeftijd van Senior of door opzegging met inachtneming van een termijn.
Senior stelde dat partijen mondeling overeen waren gekomen de maatschap per 1 april 1994 te beëindigen en het bedrijf te liquideren, terwijl Junior betwistte dat er een dergelijke overeenkomst bestond en stelde dat de maatschap eindigde op 31 december 1995 vanwege het bereiken van de 70-jarige leeftijd van Senior. De rechtbank verwierp de opzegging door Senior wegens gebrek aan behoorlijke kennisgeving en oordeelde dat de maatschap eindigde bij het bereiken van de 70-jarige leeftijd.
Het hof stelde Senior alsnog in de gelegenheid bewijs te leveren van de mondelinge beëindigingsovereenkomst en concludeerde dat Senior daarin was geslaagd. Junior stelde hiertegen beroep in cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewijswaardering op juiste wijze had uitgevoerd, dat de klacht over selectieve motivering ongegrond was en dat de verklaring van Junior als partijgetuige terecht minder zwaar was meegewogen. Het cassatiemiddel werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de maatschap per 1 april 1994 is ontbonden.