ECLI:NL:PHR:2005:AT6058
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplichtigheid aan moord op bijna éénjarig meisje
De zaak betreft de medeplichtigheid van verdachte aan de moord op een bijna éénjarig meisje, dochter van zijn broer. Het hof stelde vast dat verdachte op 8 juni 1997 opzettelijk gelegenheid heeft verschaft tot de moord door het kind naar een afgelegen plek in de duinen te brengen, terwijl hij wist van het voornemen van zijn broer om het kind te doden.
Verdachte had een bijzondere zorgplicht jegens het kind en diens moeder, die hij ernstig heeft verzaakt door geen serieuze poging te doen het kind te beschermen. Het hof oordeelde dat verdachte mede door zijn handelen de gelegenheid tot moord heeft geboden en dat dit hem zwaar wordt aangerekend.
De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie, waaronder het beroep op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wegens onregelmatigheden in het proces, en bevestigde dat de bewijsmiddelen en motivering van het hof toereikend en begrijpelijk zijn. De strafoplegging van 24 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk werd als passend beoordeeld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk wegens medeplichtigheid aan moord.