ECLI:NL:PHR:2005:AT3511
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat loonvakantie in vast maandsalaris tennisleraar is verdisconteerd
De zaak betreft een tennisleraar die sinds 1996 in dienst was bij de Blaricumse Lawn Tennis Club (BLTC). Hij werkte op basis van een contract voor 752 uur per jaar tegen een vast maandsalaris, vermeerderd met vakantietoeslag en overuren. De werknemer vorderde betaling van loon over de door hem opgenomen vakantiedagen, stellende dat deze niet apart waren uitbetaald.
De kantonrechter wees de vordering af, omdat uit de arbeidsovereenkomst slechts een vast maandsalaris bleek, zonder expliciete verwijzing naar een uurloon of aparte betaling voor vakantiedagen. Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde dat het maandloon de doorbetaling van vakantiedagen omvatte, mede gelet op brieven van BLTC waarin het loon werd berekend op basis van een uurloon vermenigvuldigd met een verwacht aantal uren.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. De Raad overwoog dat de uitleg van de arbeidsovereenkomst niet alleen aan de letterlijke tekst is gebonden, maar ook aan de bedoeling van partijen. Uit de omstandigheden en de feitelijke uitvoering volgt dat het vaste maandsalaris de vergoeding voor vakantiedagen omvat. De werknemer had geen recht op aparte betaling voor vakantiedagen buiten het salaris. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het vaste maandsalaris de doorbetaling van vakantiedagen omvat en wijst de vordering tot aparte betaling af.